Ontwikkelingsgeschiedenis Nieuw Waldeck
Tussen de Mozartlaan en de Oude Haagweg, de Groen van Prinstererlaan en het Pauline de Haan Manifargespad bevindt zich een gebied, dat voor 1975 in gebruik was als tuinbouwgebied. In die tijd behoorde dit stuk grondgebied tot de wijk Waldeck. Nadat er een woonbestemming aan was gegeven en er plannen werden gemaakt voor de bebouwing van deze voormalige tuinbouwgronden, veranderde de naam in Nieuw Waldeck. Dit ter onderscheid van het reeds bestaande Waldeck, dat vernoemd was naar oud-burgemeester Hubertus Cato Waldeck van Loosduinen.
De formele voorgeschiedenis van Waldeck (en dus ook Nieuw Waldeck) begon in 1923, toen Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag na de annexatie van de gemeente Loosduinen een Commissie voor Land- en Tuinbouwzaken instelden. Deze commissie adviseerde in 1927 een belangrijk deel van het Loosduinse grondgebied niet te bebouwen, maar blijvend te bestemmen voor tuinbouwdoeleinden. Daarmee zou worden bereikt dat het bijzondere karakter van Loosduinen zo veel mogelijk zou worden gehandhaafd. Een toezegging die door de gemeente bij de samenvoeging was gedaan.
Het advies stuitte echter op talrijke bezwaren als gevolg waarvan Waldeck, in het in 1931 door Gedeputeerde Staten goedgekeurde uitbreidingsplan ‘s-Gravenhage West, in zijn geheel werd bestemd voor bebouwing.Zover kwam het echter nog niet. Toen na verschillende aanpassingen van de oorspronkelijke plannen in 1934, 1935 en 1940 uiteindelijk in 1949 het ‘Concept-structuurplan voor Groot 's-Gravenhage’ van W.M. Dudok werd gepresenteerd nam het verzet tegen bebouwing van het tuinbouwgebied grootse vormen aan. Na langdurige onderhandelingen leidde dit in 1956 tot het besluit het tuindersgebied nog dertig jaar ongemoeid te laten.
Als nog maar net de helft van de overeengekomen dertig jaar om is, blijkt de behoefte aan woningbouw voor de gemeente Den Haag echter te groot om de gemaakte afspraken te laten doorlopen. Aan de andere kant zijn de in het verleden gedane investeringen in het tuinbouwgebied aan vernieuwing toe. De tuinders staan derhalve voor de overweging of de investeringen niet beter in een ander gebied kunnen worden gedaan.
Besprekingen met de tuinders leiden ertoe dat de tuinbouwbedrijven van Waldeck met grote rijks- en gemeentelijke subsidies worden overgebracht naar de Oostmadepolder (Madestein) en dat in september 1972 een projectgroep wordt ingesteld, die als taak krijgt het tuinbouwgebied Waldeck te ontwikkelen tot woongebied.
Met de gond verwerving, de verplaatsing van de aanwezige tuinderijen en het bouwrijp maken zijn echter dusdanig hoge bedragen gemoeid, dat zonder subsidiering het totstandkomen van gesubsidieerde woningbouw niet tot de mogelijkheden zal behoren.
Door het merendeel van de woningen in de nieuw te bouwen wijk Nieuw Waldeck een sociale bestemming te geven en te gebruiken voor herhuisvesting van gezinnen uit de stadsvernieuwing lukt het om op grond van het besluit Bijdragen Reconstructie- en Saneringsplannen in 1973 van staatssecretaris J. Schaeffer een subsidie van 25 miljoen gulden te verkrijgen. De extra subsidie gaat wel vergezeld van strikte voorwaarden, waaronder de eis dat de huren laag moeten blijven en de aanvangshuren niet hoger mogen zijn dan ƒ 250,-.
In 1976 wordt met de bouw begonnen met een proefproject aan het eind van de Palestrinaweg/-plantsoen. Daarna ligt de bouw een jaar stil om vervolgens in 1978 weer te worden opgepakt en ononderbroken te worden voortgezet tot 1983. Dan zijn de vier zogenoemde lobben gereed en kan de wijk in zijn geheel gaan functioneren.
Nieuw Waldeck heeft een geheel eigen opzet, onafhankelijk van de omliggende bebouwing. De wijk is door brede groenstroken in vier ongelijke sectoren gedeeld. Elk van de sectoren wordt onderverdeeld door waterstructuren, die schijnbaar willekeurig zijn aangelegd. Ze volgen echter goeddeels de oude waterstructuur van het tuinbouwgebied.
De wijk wordt op vier plaatsen voor auto's ontsloten. De toegangswegen vertakken zich in doodlopende woonerven en woonpleintjes. Daarentegen is de wijk doorweven met fiets- en wandelpaden, veelal omzoomd door groen.
In deze structuur zijn 33 clusters met woningbouw ingepast, die elk een eigen verkaveling en bebouwing hebben gekregen. De clusters zijn door verschillende architecten ontworpen zodat de wijk een zeer gevarieerd karakter heeft.
Het ontbreken van doorgaande wegen voor auto's, de inrichting met doodlopende woonerven en de in zichzelf gekeerde clusterstructuur, geven de wijk een semi-openbaar karakter.
Kenmerkend voor Nieuw Waldeck is een groot aantal kleine parkeerdekken, waaronder geparkeerd wordt en waarboven de dakterrassen van woningen zijn gesitueerd. Hiermee wordt gepoogd het parkeren luxe in te richten en de auto aan het oog te onttrekken. Bij de aanleg van de wijk is verder een poging gedaan een sociale cohesie te bewerkstelligen waarbij ouderen en gehandicapten zoveel mogelijk in de wijk geïntegreerd worden. Ook de prijsklasse, grootte en type van woningen worden zoveel mogelijk gemengd. Circa 75% is corporatiebezit. Het winkelcentrum was reeds voorzien aan het Alfons Diepenbrockhof en het Savornin Lohmanplein. In de wijk zelf is slechts één buurtwinkel,. Scholen en cultureel maat- schappelijke voorzieningen liggen aan de centrale groenstructuur.
Nieuw-Waldeck heeft veel sterke kanten. De stedenbouwkundige-, en de woning kwaliteit zijn tamelijk goed. Er is volop variatie in woningtypen en woninggroottes, zodat zeer uit-eenlopende huishoudensvormen in de wijk een plek kunnen vinden. De wijk ligt dichtbij natuurgebieden, duinen en strand. Verder is Nieuw Waldeck een rustige groene woonwijk. Dat moet zo blijven.
Nieuw Waldeck heeft ook minder sterke punten. De mogelijke oorzaken daarvan zijn beschreven in het Wijkplan 2000. Dit wijkplan, een door stedelijk initiatief van de gemeente Den Haag, totstandgekomen met en voor de bewoners, benoemt een aantal problemen en eventuele oplossingen daarvoor. Jammer genoeg hebben de maatregelen die de wijk structureel naar een hoger plan zouden moeten tillen niet de aandacht gekregen die zij verdienen.
Henk de Valk
25-4-2006